Onderwijs

Niet iedereen mocht naar school in de Middeleeuwen. Er werd les gegeven in de kloosters. Alleen mannen die geestelijke wilden worden, mochten die lessen volgen. Alleen zij kregen dus voldoende onderwijs om te kunnen lezen en schrijven.

Bij elk klooster was een school. Enkele van die scholen zijn uitgegroeid tot de eerste universiteiten.

Er werd les gegeven in het Latijn. Dat was de taal van de kerk. De leraren waren priesters en monniken. Sommige scholen gaven niet alleen godsdienstonderwijs, maar ook vakken als rekenen.

Alle boeken werden met de hand geschreven, want boeken drukken konden ze toen nog niet. In een speciale kamer in het klooster, het ‘scriptorium’, schreven de monniken de boeken over. Zij waren de eerste ‘kopieermachines’. Je kunt je wel voorstellen dat het lang duurde om zo’n boek over te schrijven. Het was echt monnikenwerk……

De boeken werden vaak versierd met prachtige tekeningen. Ook werd de eerste letter van een nieuw hoofdstuk versierd. Er werd soms een heus kunstwerk van gemaakt.

En de letter 'G'

De letter 'D'
Een andere letter 'D'

terug