Het kloosterleven

Het woord ‘klooster’komt uit het Latijn. Het komt van het woord ‘clusa’, dat ‘afgesloten ruimte’ betekent. 


Een klooster was een gebouw waarin de monniken of nonnen leefden. Voor hen was God heel belangrijk. Ze vonden God zelfs nog belangrijker dan zichzelf.   

Hieronder zie je 4 verschillende kloosters:

Het kloosterleven kende nogal wat regeltjes. Een monnik uit Italië, Sint Benedictus, had een boek geschreven waarin stond wat een monnik moest doen. Het boek heet: De regel van Sint Benedictus’.

Hij zei dat de monniken als één grote familie bij elkaar moesten wonen en dat ze moesten luisteren naar de abt(gelofte van gehoorzaamheid). De abt was het hoofd van het klooster. Ze mochten niet trouwen (gelofte van kuisheid)en ze mochten ook niets bezitten (gelofte van armoede). Helemaal niets. Dus ook geen Playstation, computer of spelletjes. Niet eens een leesboek. Alleen de bijbel dan, dat mocht wel.

De monniken moesten ook veel bidden. Hieronder kun je zien hoe vaak de monniken moesten bidden en welke gebeden ze moesten opzeggen op een normale dag:

 

  1. metten (vroege ochtend)

  2. lauden

  3. prime

  4. terts

  5. sext

  6. none

  7. vesper (in de avond)

  8. completen.

 

De eerste monniken leefden afgezonderd van de gewone mensen. Ze waren de geleerdste mensen in die tijd.
Later gingen de monniken zich meer bezig houden met de mensen in de steden in dorpen in de buurt van het klooster.

Sommige monniken waren ziekenbroeder. Ze verpleegden de zieken in de buurt van het klooster. Daar gebruikten ze zelfgekweekte geneeskrachtige kruiden voor. Andere monniken gaven les. Veel monniken hielden zich bezig met landbouw en veeteelt. Het meest waren de monniken echter bij de mensen aan het preken.

Er waren ook zendelingen. Dat waren monniken die de mensen ervan wilden overtuigen, dat ze Christen moesten worden. Zij moesten vaak lange reizen maken.

Mensen die het niet met de kerk eens waren en ergens anders in geloofden, werden door de kerk ‘ketters’ genoemd. Ketters die weigerden hun geloof te veranderen, werden gemarteld of ter dood veroordeeld. Dus echt kiezen kon je niet.

De kloosters hadden veel geld. Dat kregen ze namelijk van de mensen. Ze wilden dat de monniken en nonnen dan voor hen zouden bidden, zodat de oogst zou lukken.

De monniken hielden ook wel van een drankje. Ze waren erg goed in het brouwen van bier. Vooral de speciale soorten bier zijn nu nog steeds bekend bij menig bierliefhebber.

Er kwamen ook regelmatig belangrijke mensen op bezoek in een klooster. Koningen, koninginnen en edelen bijvoorbeeld.

terug