De eerste kastelen

Het woord ‘kasteel’ komt uit het Latijn. Een ‘castellum’ was namelijk een kleine versterkte legerplaats.
De eerste kastelen die gebouwd werden, waren van hout. Het was een woonverblijf met stallen, een wachtpost en een uitkijktoren. Deze gebouwen werden door een houten wand met spitse punten (palissade) en een gracht omringd. 

Castellum (met houten wand met palissade) Een van de eerste houten kastelen

Later werden de kastelen van steen gemaakt. De eerste in de 10e eeuw in Spanje. Dat gebied heet Castilië. Niet vreemd voor een streek met veel kastelen.

Een van de eerdere stenen kastelen

Na de 12e eeuw kwamen er steeds meer stenen kastelen in de rest van Europa. Het waren kastelen die bestonden uit muren met torens en een gracht. Soms stond er water in de gracht. Soms ook niet.

Kasteel van Bricquebec uit 12e eeuw 

Binnen die muren stond een woon verblijf en de donjon. De donjon is een zware toren. Daar woonde de kasteelheer en zijn vrouw. Ook werden daar de wapens en de schatten bewaard.
Binnen de muren vond je ook de verblijven voor de dienaren, de werklieden en de soldaten.
In de muren was een stevige poort met een ophaalbrug aangebracht.

Donjon (plaatje)

 Donjon (foto)

Er moesten ruime opslagplaatsen voor etenswaren, wapens en brandstof gemaakt worden. Want als een kasteel belegerd werd, waren de mensen vaak lang van de buitenwereld afgesloten. Er konden dan geen nieuwe etenswaren, wapens en brandstoffen aangeleverd worden.

terug