Graven

Zo’n keizerlijk gebied werd verdeeld in graafschappen (later provincies geheten) en deze werden bestuurd door een graaf, een zogenaamde gouwgraaf. In de grensgebieden van het rijk (aan de randen) had een generaal de macht.  Zo'n gebied heette: mark. Dat zie je bijvoorbeeld nog terug in de naam Denemarken. De generaals werden markgraven of ook wel markiezen genoemd. Om alle gewesten te kunnen regeren waren er ook zendgraven die alles controleerden. Dat waren er vaak twee: een geestelijke (een bisschop) en een edelman. Die hadden allebei hun eigen oordeel. En zo bleef de keizer op de hoogte van wat er in zijn rijk gebeurde. Als er iets mis was kreeg Karel dat te horen en hij nam dan zijn maatregelen.

terug