De Romeinse legioensoldaat.

De Romeinse legioensoldaat was degelijk uitgerust. (dit betekent: voorbereid en klaargemaakt voor de strijd). Over de wollen onderkleding droeg hij een schubbenpantser(4) of een maliënkolder. Bij de helm(1) waren de wangkleppen en de nekbeschermer belangrijk. De soldaten moesten hun benen met het schild(5) beschermen. Verder hoorden een zwaard(3), dolk en lans(2) tot de vaste uitrusting.

Een Romeinse legioensoldaat kreeg  ongeveer 12 aurei (gouden munten) per jaar. 

Zijn Germaanse collega van de hulptroepen kreeg 4 aurei per jaar. 

De meeste munten werden geslagen in Rome. Alleen al voor de salarissen van de militairen was het nodig per dag 350.000 munten te slaan. 

Gouden munt met afbeelding van keizer Nero (gevonden te Venlo-Blerick).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Test

Als jij een Romeinse soldaat was....

Beantwoord de 8 vragen.
Lees hier jouw score! Aantal vragen dat je in één keer goed hebt beantwoord:

1. Wat droeg je onder je leren wapenrok?
 

2.Aan welke kant van de weg moest je rijden?
 

3.Hoe lang moest je in dienst blijven?
 

4.Met wie mocht je trouwen?

5.Hoe groot moest je zijn in het leger?
 

6.Wat gebruikte je als toiletpapier?
 

7.De punt van je speer was 60 cm en brak af als je iemand ermee trof. Hoezo?
 

8.Wie betaalde je uniform, wapens, eten en begrafenis?
 

En.....ben je een echte soldaat? Als je meer dan 6 vragen goed hebt, is het gelukt. Dan mag je in het leger!