Tempels.

 

Overal in het land vond je tempels. Dat waren heilige plaatsen waar aan de goden om hulp en bescherming gevraagd werd en waar ze vereerd werden. De mensen brachten offers om de goden te bedanken.

Hiernaast kun je op het schilderij goed zien, hoe zo'n tempel er van binnen uit zag.

 

 

Goden.

Wij geloven in één god. Maar vroeger vereerden de mensen meerdere goden. Voor alles was wel een god of een godin.

Maar niet alle mensen geloofden in dezelfde goden. De Germanen hadden weer andere goden dan de Romeinen. En de Kelten hadden ook weer hun eigen goden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Germaanse goden, geesten en feesten.

De Germanen geloofden in aardgeesten, reuzen en dwergen. Als de aardgeesten boven de grond kwamen veranderden ze in steen.

De Germanen kenden ook goden.

  Wodan:

Hij was de hoofdgod. Hij werd ook wel Odin genoemd en was de baas over alle mensen en goden. 

Frigg:

Zij was de moeder van alle goden. Ze was de vrouw van Wodan.

Donar:

Hun zoon, was de god van het luchtruim, van de donder en van de bliksem; maar ook beschermgod van de gewone mensen. Hij werd ook wel Thor genoemd.

Tyr:

God van de oorlog. Hij was befaamd om zijn moed.

Freya:

Godin van de liefde.

Freyr:

God van de vruchtbaarheid, regen en zonneschijn.

      

Ieder jaar werd een paar keer feest gevierd: om de zon te eren, of voor het nieuwe jaar, of voor de komst van de lente .

Midwinterfeest. Ter ere van het nieuwe jaar werden grote vuren ontstoken. De dode natuur zou weer opnieuw gaan leven. De Germanen dachten dat boze geesten in de donkere tijd op de aarde waren komen wonen. Zij werden met veel herrie en grote vuren weggejaagd. Dat doen wij bij ons nieuwjaarsfeest ook nog steeds. Denk maar eens aan al dat vuurwerk (met veel vuur en veel lawaai).

De Germanen vierden het lentefeest. Het feest van het nieuwe leven. Grote vuren werden aangestoken. De rook maakte de grond vruchtbaar. Eieren waren ook een teken van nieuw leven. Ze werden op verschillende plaatsen in de grond verstopt. Bij ons paasfeest verstoppen we de eitjes ook nog steeds.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Romeinen en hun goden.

Elke familie had zijn huisgoden om de familie te beschermen. Elke dag brachten ze daaraan offers. Meestal voedsel. Ook offerden ze aan hun voorvaders. Die waren belangrijk voor de Romeinen.

Volgens de Romeinen (en Germanen) heersten de goden over de hemel en de aarde en over het leven en de dood.

Hieronder vind je enkele belangrijke goden en godinnen van de Romeinen en de Germanen.

Jupiter:

Hoofdgod. Baas over alle mensen en goden. God van de dag, de nacht, de winter en de zomer.

Juno:

Vrouw van Jupiter. Godin van het huwelijk en van de vrouwen.

Mars:

God van de oorlog. Zoon van Jupiter en Juno.

 

Venus:

Godin van de liefde. Ze trouwde met Mars.

Saturnus:

God van de vruchtbaarheid en de landbouw.

Uranus:

God van de hemel. Hij was getrouwd met zijn eigen moeder: Moeder Aarde. Samen waren ze dus de baas over 'hemel en aarde'.

Heel veel van hun namen zie je terug in de namen van onze maanden en planeten.