Castrum.

Een Castrum was een soort militair stadje.De soldaten woonden in houten barakken, waar ze een wand omheen hadden gezet. Deze wand werd van palen met spitse punten gemaakt. Ze was gemaakt om de soldaten te verdedigen tegen indringers. Zo'n wand noemen we een palissade.

Nijmegen is een voorbeeld van zo'n Romeins castrum. Later werden de barakken hier vervangen door stenen gebouwen en de houten wand maakte plaats voor een stenen wand. En Nijmegen groeide uit tot een klein stadje.

Voor de Romeinen waren goede wegen of heerbanen erg belangrijk. Langs de wegen lagen de wegdorpjes. Die noemde men castella. Daar woonden voornamelijk ‘gewone’ burgers en niet (alleen) soldaten. Maar echte grote steden werden de wegdorpjes niet.

In de echte Romeinse steden woonden veel meer mensen. Er waren meer straten en pleinen en de huizen stonden dichter op elkaar. Er was een badhuis, een rechtbank, een theater, tempels en nog veel meer.

In Nederland waren eigenlijk maar vier echte steden. Het waren Nijmegen (Noviomagus), Voorburg (Forun Hadriani), Heerlen (Corriovallum) en Maastricht(Mosa Trajectum). Groot waren deze steden echter niet.

Rome was de hoofdstad van het Romeinse Rijk. Je kunt er een kijkje nemen, maar dan zul je met de muis moeten slepen!