Het trechterbekervolk
(De hunebedbouwers)

 


"De Hunebedbouwers"

De tekening geeft een goede indruk van een prehistorisch dorp in  Drente. Zo'n  5.000 jaar geleden.

Je ziet het dagelijkse leven in één van de eerste Drentse dorpen. Het hunebed zien we onopvallend op de achtergrond tussen de schuur en de boerderij. Eén van de mannen komt met zijn zoon terug van de jacht en heeft een wolf geschoten. De andere draagt een ploeg op zijn schouder. Ze worden opgewacht door een oudere man met een in een houten steel gevatte stenen bijl in z'n hand. Je ziet dat de man hard gewerkt heeft. Kijk maar eens naar de omgekapte bomen vooraan op de plaat. Eén vrouw spint wol terwijl de andere bezig is versieringen op een trechterbeker te graveren. Om haar heen zien we andere pottenbakkersproducten.

Wat weten we eigenlijk van dit volk? We weten dat de mensen ongeveer 5000 jaar geleden ophielden met jagen en vissen. Toen gingen ze hun ‘eten’ verzamelen: zaden, bessen en paddestoelen bijvoorbeeld. Ook gingen de mensen toen voor het eerst dieren houden. Dat wil zeggen dat ze de dieren binnen hekken lieten lopen. Ze hadden geleerd dat je met dieren en planten meer kon doen. Zo konden ze lange tijd de melk van de koeien drinken, de wol van de schapen gebruiken, de dieren voor hen laten werken.....en daarna hadden ze toch nog altijd het vlees over!

De mensen trokken dus ook niet meer de dieren achterna. Ze hadden een vaste woonplaats: de boerderij.

Op de plaat zien we zo'n boerderij. Het waren meestal hele grote boerderijen.(Afmetingen van zo'n 6 bij 15 m.). De muren waren van klei (leem) en vlechtwerk gemaakt en de boerderijen hadden een rieten dak. De veestapel bestond uit runderen (waaronder ossen als trekvee), varkens, geiten en schapen. Kippen kwamen pas een paar honderd jaar later. Maar de hond kenden ze al wel.

 En één ding is zeker: ze verstonden de kunst van pottenbakken! De meest voorkomende pot had een trechtervormige hals en daar danken ze nu hun naam aan: De Trechterbeker-cultuur.

Andere pottenbakkersproducten zijn: emmers, schouderpotten, schalen, kraaghalsflesjes en zuigflesjes.

De gereedschappen waren van been (bot) en hout, maar in de eerste plaats van steen. Denk maar aan de vuurstenen vuistbijl en de spitsen.  (pijlpunten).

Trechterbekermensen waren klein (ca.1,65 m.) In de grotere hunebedden konden ze rechtop staan! Ze werden niet ouder dan zo'n 35 à 40 jaar.