Winterse rust

Barre kou, sneeuw en ijs. Typisch winter. Soms is het allemaal erg gezellig en ook heel leuk. Sneeuwpret en misschien zelfs wel ijsvrij.
Maar de natuur lijkt in de winter wel stil te staan. De meeste dieren blijven in hun nesten en holen en wachten op de lente.

In de winter is het koud. Wij trekken een jas en andere dikke kleren aan tegen de kou. Dieren kunnen dat niet. Ze hebben daarom in de winter een dikkere vacht om zich te beschermen tegen de kou. Een wintervacht. Maar de kou is niet het enige probleem voor dieren in de winter. Er is namelijk ook bijna geen voedsel te vinden.

Dieren moeten zich aanpassen om de winter te overleven. Deze website gaat over deze aanpassingen van de dieren.

 

Warmbloedig

De meeste zoogdieren (en dus ook mensen) en vogels hebben een vaste lichaamstemperatuur (van 37 graden Celsius). Denk maar eens aan wanneer je ziek bent. Dan moet je je lichaamstemperatuur opmeten. Als die meer of minder dan 37 graden Celsius is, heb je koorts en dat is niet goed. Mensen en dieren die een vaste (constante) lichaamstemperatuur hebben, zijn warmbloedig.

Om er voor te zorgen dat deze temperatuur constant blijft, ook in de koude winter, krijgen de dieren in de herfst een dikkere vacht. Vogels krijgen meer donsveren. Daarin blijft de lucht beter zitten. Het luchtlaagje houdt de warmte van het lichaam vast.

 

Koudbloedig

Niet alle dieren zijn warmbloedig. Sommige dieren hebben geen vaste lichaamstemperatuur. Hun lichaamstemperatuur is ongeveer hetzelfde als die van de omgeving. Hun lichaamstemperatuur blijft veranderen. Deze dieren noemen we koudbloedig. Insecten, reptielen, amfibieën en vissen zijn voorbeelden van koudbloedige dieren. In de winter, als het buiten koud is, wordt hun lijf helemaal stijf. Om er voor te zorgen dat ze niet bevriezen, zoeken deze dieren 's winters een schuilplaats. Insecten verstoppen zich in schuurtjes, op zolders, in spleten en onder stenen. Kikkers nestelen zich bijvoorbeeld in de modder in een sloot. Daar blijven ze lekker warm.

 

 

Winterrust

Sommige dieren leggen een voedselvoorraad aan. Dat doen ze voor de winter begint. Als de winter dan begint en het koud wordt, hebben ze toch genoeg te eten. Zo verzamelt de eekhoorn bijvoorbeeld verzamelt heel veel noten en eikels en kruipt dan lekker in een warm holletje. Hij wordt alleen maar wakker om te eten. Ook mollen en hamsters houden winterrust.

Soms leggen mensen ook wel eens een voedselvoorraadje aan. Als er een grote storm voorspeld wordt bijvoorbeeld en ze kunnen misschien wel weken de deur niet uit. Of als voedsel plotseling in de aanbieding is in de winkel. Dan slaan we flink in. Dat noemen we hamsteren. Dan snap jij wel dat de hamster dat dus ook doet...

 

Winterslaap

Sommige dieren, zoals de vleermuis, de egel en een beer, slapen de hele winter. Zij eten voordat de winter begint heel veel voedsel, zodat ze een lekker vetlaagje krijgen. Dan kruipen ze in een holletje en gaan de hele winter slapen. Hun hartslag gaat langzamer en alle lichaamsprocessen vertragen. Zo hebben de dieren niet zoveel energie nodig. 

Hiernaast staat een link naar een filmpje van een egel die tijdens zijn jachtuitstapjes is gefilmd, die hij maakt voor zijn winterslaap: filmpje egel

 

Meer weten:

http://www.schooltv.nl/nudn/article.jsp?art=412955
http://www.kinderenwebhotel.be/WO_natuur/winterslaap.htm

Terug